Voorbeelden van het gebruik van Nog leefde in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik dacht altijd dat m'n moeder nog leefde.
Patricia Ludmuller nog leefde.
Hannah zei dat haar klusjesman er was toen Beverly nog leefde.
Iemand wekte de indruk dat James Myton nog leefde.
Hoe lang wist u al dat hij nog leefde?
Ze vroegen hem of ik nog leefde.
Dit gebeurde nooit toen je moeder nog leefde.
We vroegen of haar man nog leefde.
Dat Chuck nog leefde.
De officier van justitie was bereid hem aan te klagen toen Missy nog leefde.
Iemand dichtbij George moet hebben geweten dat hij nog leefde.
Ik zou willen dat u hier was toen hij nog leefde.
Waarbij Hij een woord verzond naar Jakob dat Jozef nog leefde.
Als papa nog leefde, vond hij dat vast geen.
Hoe wist je dat Alex nog leefde?
Het bleek dat Grant de enige was die nog leefde.
Haar moeder was haar laatste familielid dat nog leefde.
Lk wist dat Lex nog leefde.
Ze zei dat mijn broer nog leefde.
Ik wist niet dat die kakkerlak nog leefde.