PROVOCEREN - vertaling in Spaans

provocar
leiden
veroorzaken
uitlokken
resulteren
provoceren
uit te lokken
zorgen
opwekken
teweegbrengen
waardoor
provocación
provocatie
plagen
aanleiding
uitlokking
provocerende
trolling
ophitsing
provokatie
“niet-uitgelokte”
toornigheid
provocan
leiden
veroorzaken
uitlokken
resulteren
provoceren
uit te lokken
zorgen
opwekken
teweegbrengen
waardoor
provocando
leiden
veroorzaken
uitlokken
resulteren
provoceren
uit te lokken
zorgen
opwekken
teweegbrengen
waardoor
provocó
leiden
veroorzaken
uitlokken
resulteren
provoceren
uit te lokken
zorgen
opwekken
teweegbrengen
waardoor
ser provocador

Voorbeelden van het gebruik van Provoceren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Provoceren is niet leuk.
Incitar no está bien.
Om de ontwikkeling van prostatitis provoceren kan een groot aantal factoren.
Para provocar el desarrollo de la prostatitis puede un gran número de factores.
Om het uiterlijk van pijn provoceren kan de volgende redenen.
Para provocar la aparición de dolor puede las siguientes razones.
Verkeerd geïnstalleerde elementen worden soms provoceren de vernietiging van kronen en tandbederf.
Elementos instalados incorrectamente a veces se provoca la destrucción de las coronas y la caries dental.
Dus zijn wij werkelijk degenen die provoceren?
¿Así que somos realmente nosotros los que estamos provocando?
De techniek van het provoceren.
La técnica de la provocación.
Mensen die willen provoceren.
La gente que quiere lo provocativo.
Je mag een boze beer nooit provoceren.
No provoques a un oso enojado.
Ik had willen provoceren;
Mi intención había sido provocar;
Welke andere kruiden kan helpen provoceren maandelijks?
Qué otras hierbas puede ayudar a provocar mensual?
Vijandigheid en agressie provoceren haar.
La hostilidad y la agresión… pues, la han provocado en el pasado.
Ze willen ons provoceren.
Niet provoceren.
No lo provoques.
Savonarola blijft provoceren.
Savonarola se mantiene desafiante.
Hem duwen en provoceren?
¿Le empujo o le provoco?
Ik wil wel provoceren.
Tengo ganas de provocar.
Maak een lijst van situaties die angst of angst provoceren.
Haz una lista de las situaciones que te provocan miedo o ansiedad.
Het zijn weer de Amerikanen die provoceren.
Son los estadounidenses los que les provocan.
Opzetten van een systeem voor dit soort programma's is de sleutel in provoceren van mond optreden.
Establecer un sistema de este tipo de programas es clave en provocar de boca en boca que se produzca.
allereerst ziekten die hen provoceren.
la enfermedad, su provocación.
Uitslagen: 380, Tijd: 0.0752

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans