Voorbeelden van het gebruik van Regel in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik regel alles.
Ik regel dat wel.
Regel onmiddellijk een helicopter om me naar Mexico te brengen.
Ik regel de rest.
Ik regel de blauwdrukken.
Jules, regel extra agenten en rechercheurs.
Voor 25 procent regel ik de rest.
Ik regel je een VIP-kaart en wat 15-jarige grietjes.
Dus verzamel het team, regel een voorhamer… en begin met slopen.
Ik regel het.
Ik regel een lijst met uitzonderingen.
er goed uit ziet, regel een afspraakje.
Jij kalmeert en ik regel dit.
Ik regel een arrestatiebevel.
Jij vindt de ring, ik regel de opstand.
Ik regel die foto.
Zeg niks tegen de baas. Ik regel het wel.
Ik regel een afspraakje voor je met m'n vriendin Fawn.
Ik laat hem het eten doen… en ik regel alle gastvrijheid.
Ik regel een andere kamer voor je. Met een mooier uitzicht.