Voorbeelden van het gebruik van Blijf lopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij kijkt naar ons vanaf het balkon.- Blijf lopen.
Heb ik mijn gids gevonden.- Vorig jaar… Blijf lopen.
Welterusten. Blijf lopen.
Blijf lopen. Ik zei: Blijf lopen.
Blijf lopen, blijf lopen.
Lafaards! Blijf lopen!
De brug.- Blijf lopen.
Je moet hem hier weghalen. Blijf lopen.
Brave meid. Blijf lopen.
Bedoel ik, blijf lopen. En als ik zeg"loopt".
Blijf lopen.
Blijf lopen.
Blijf lopen.
Neem je tijd. Blijf lopen.
Hou je kop en blijf lopen.
Hou je mond en blijf lopen.
Blijf lopen.- Nee, nee, nee.
Blijf lopen, goed zo.
Blijf lopen. Kijk me niet aan.