Voorbeelden van het gebruik van Dat was toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat was toch rond?
Maar dat was toch het plan?
Dat was toch niet al te slecht, of wel?
Dat was toch een man?
Dat was toch een grapje?
Nick Haskins, dat was toch Annie's vader?
Dat was toch geregeld?
Dat was toch een moeilijke job?
Dat was toch jouw idee?- Ja.
Dat was toch lief van haar.
Dat was toch geregeld?
Dat was toch een verhaaltje?
Dat was toch lief van haar.
Dat was toch het plan?
Dank je.- Dat was toch logisch.
Dat was toch niet zo moeilijk, Barry?
Dat was toch niet zo erg?
Dat was toch een grapje?
Dat was toch niet zo moeilijk, toch? Dank je wel!
Dat was toch niet zo moeilijk? Mooi.