Voorbeelden van het gebruik van Doet hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
U doet hem pijn.
Je doet hem toch geen kwaad, hè?
Het doet hem goed.
Je doet hem goed.
Jij doet hem dit aan.
Het doet hem toch geen pijn.
Je doet hem 'n plezier.
Je doet hem pijn.- Stop!
Stop. Je doet hem pijn!
Je doet hem zeer.
Je doet hem pijn.
Dingen aan. Ze doet hem afschuwelijke!
Je doet hem pijn!
Laat hem, je doet hem pijn.
Nee. Ze doet hem pijn.
Je doet hem verdriet.
Nee, je doet hem pijn.
Nee. Ze doet hem pijn!
Isadel, je doet hem pijn.
Hou op, je doet hem pijn.