Voorbeelden van het gebruik van Herken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik herken het niet. Dat stuk dat u steeds speelt.
Herken je deze man?
Je bent zo geagiteerd dat ook ik je niet meer herken.
Herken je me niet?
Herken je hen? Kijk.
Herken je me niet meer? Nuala?
Herken je me nog van laatst?
En ik herken hem in jouw gezicht en in jouw lichaam.
Ik herken ze als ik ze zie?
Herken je het? Een Oorlogsschip.
Ik kan niet zeggen dat ik deze versie herken.
Ik herken je van vroeger.
Oliver Queen. Herken je hem niet?
Herken je die middelste jongen?
Nick, herken je je eigen vrouw niet eens? Cora?
Ik herken mezelf in jou, zoon.
Herken je deze nog?
Ik herken Paul z'n handschrift.
Walker, herken je hem?
Zelfs als ik soms de broer niet herken die ik achterliet.