Voorbeelden van het gebruik van Het doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Laat mij het maar doen.
Wat ben je aan het doen met mijn kloon?
Ik kan het doen, Charlie.
M'n commandocodes moeten het nog doen.
Wat ben je eigenlijk aan het doen?
Nee, ik kan het doen.
Wil jij het doen?
U kunt het volgende doen om de eindtijd weer te geven in de Outlook-agenda.
Het doen van de volledige digitale druk voor adv.
Kunnen we het doen?
Wat ben je aan het doen, Clay?
Ik kan het doen.
Dit moet het doen.
Judo, wat ben je aan het doen?
Ze moesten het doen.
Wie wil het doen?
Als we het doen, moet ik wel alles weten.
U kunt het volgende doen om uw Outlook-takenlijst naar Excel te exporteren.
Zal ik het doen?
We moeten het nu doen.