Voorbeelden van het gebruik van Het past in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het past mij niet iets te zeggen waartoe ik geen recht heb.
Het past in de meeste badkuipen.
Het past jou niet je hoogmoedig te gedragen.
Maar het past niet bij de rest van het verhaal.
Het past de gelovigen niet allen tezamen uit te rukken.
Maar het past niet.
Het past ons niet aan God ook maar iets als metgezel toe te voegen.
En het past de gelovigen niet dat zij allen(ten strijde) uitrukken.
Mijn God. Het past.
Ik kan niet geloven dat het past.
Ik ben blij dat het past.
Het past echt goed bij hem.
Ja, het past perfect.
Spreken van verlaagde plafonds, het past perfect onder de afbeelding.
Het past goed.
Registreren of vragen of het past van tevoren telefonisch.
Het past uitstekend.
Het past perfect.