Voorbeelden van het gebruik van Leuke dag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik heb een leuke dag gepland.
Het wordt een leuke dag.
We hebben toch een leuke dag gehad?
Dit is een leuke dag geweest.
Leuke dag?
Leuke dag vol activiteiten met een sympathieke,
Ja. Heb je een leuke dag gehad, konijntje?
Als jij een leuke dag hebt, wil ik dat je dat verteld.
We hebben zo'n leuke dag gehad.
Vandaag is een leuke dag.
Het was altijd een leuke dag.
Het was een leuke dag, in de verse sneeuw.
Leuke dag?- Wat?
Leuke dag, jongens.
Heb je geen leuke dag?
Dan had iemand tenminste 'n leuke dag.
Ik had een leuke dag.
Wat een leuke dag.
Hoe maak je een leuke dag met een kind.
Leuke dag voor een excursie.