Voorbeelden van het gebruik van Loslaten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Eerst loslaten en dan willen vangen!
Je kan het virus niet loslaten.
Ik vlieg. Ik zal je nooit loslaten, Jack.
Daarom ga ik mijn gevoelens voor jou loslaten.
Omdat ik het niet kan loslaten.
Je moet ze loslaten.
We moeten onze adem loslaten… en onze bekkenbodem betrekken.
Het loslaten van Jerry, de deal met de Duitser.
Loki wil de Hulk loslaten.- Wat?
We moeten ze vinden voor ze het loslaten.
En je kunt het niet loslaten.
Je had het maar over dingen loslaten.
Ik… kan hem niet loslaten.
Je moet me loslaten.
Loslaten is nooit gemakkelijk, toch?
Zo loslaten, en voilà.
Als je gekken blijft loslaten, dan krijg je een slechte reputatie.
Waarom dan een tornado loslaten?
Ik zal de lava moeten loslaten.
Je gaat dit niet loslaten.