Voorbeelden van het gebruik van Neem maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Neem maar op.
Neem maar mee naar binnen, dat mag best.
Mike, neem maar een lege plaats.
Neem maar, lieveling. Begin maar? .
Neem maar wat druiven.
Neem maar geen risico terwijl ik weg ben.
Neem maar een pen.
Neem maar terug.
Neem maar op.
Ik neem maar aan dat hij terugkomt.
Neem maar wat je wilt.
Neem maar een stukje voor me mee.
Ik neem maar aan dat dat'dank je' betekent.
Neem maar, van de hoop links.
Neem maar een koekje.
Neem maar een biertje.
Neem maar plaats.
Neem maar. Ik drink niet.
Alsjeblieft, neem maar. Staan.
