ONTSLAAN - vertaling in Duits

feuern
ontslaan
schieten
vuren
vuur
ontslag
branden
entlassen
vrij
laten gaan
weg
huis
wegsturen
ontslagen
vrijgelaten
vrijgekomen
weggestuurd
ontheven
rauswerfen
eruit gooien
wegsturen
ontslaan
eruit schoppen
eruit zetten
uitgooien
op straat zetten
buitengooien
uitzetten
weg
rausschmeißen
ontslaan
eruit gooien
eruit schoppen
wegsturen
weg
uitgooien
eruit zetten
eruit trappen
uitsmijten
buitengooien
kündigen
ontslag nemen
opzeggen
stoppen
annuleren
beëindigen
ontslaan
kondigen
opstappen
weg
annuleer
Entlassung
ontslag
vrijlating
invrijheidstelling
te ontslaan
ontslagpapieren
vrijkwam
feuerst
ontslaat
schiet
entbinden
bevallen
ontslaan
halen
ontheffen
leveren
vrijstellen
bevalling
ter wereld brengen
gefeuert
ontslaan
schieten
vuren
vuur
ontslag
branden
feuert
ontslaan
schieten
vuren
vuur
ontslag
branden
feuere
ontslaan
schieten
vuren
vuur
ontslag
branden
entlasse
vrij
laten gaan
weg
huis
wegsturen
ontslagen
vrijgelaten
vrijgekomen
weggestuurd
ontheven
entlässt
vrij
laten gaan
weg
huis
wegsturen
ontslagen
vrijgelaten
vrijgekomen
weggestuurd
ontheven
rauszuwerfen
eruit gooien
wegsturen
ontslaan
eruit schoppen
eruit zetten
uitgooien
op straat zetten
buitengooien
uitzetten
weg

Voorbeelden van het gebruik van Ontslaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
opvoeders echter niet van hun verantwoordelijkheid ontslaan.
können nicht die Fernsehveranstalter und die Aufsichtspersonen von ihrer Verantwortung entbinden.
Liefje, we moeten je ontslaan.
Schätzchen, wir müssen dir kündigen.
Ik moest 27 robots ontslaan.
Ich musste 27 Roboter entlassen.
Niemand gaat je ontslaan.
Niemand wird Sie rausschmeißen.
Ze wist dat ik Colin ging ontslaan.
Sie wusste, dass ich Colin feuern wollte.
Ik denk dat we Howard moeten ontslaan.
Ich denke, wir sollten Howard rauswerfen.
Nee, jij moet haar ontslaan.
Nein, du feuerst sie.
We kunnen ze wettelijk niet ontslaan.
Wir können ihnen nicht kündigen.
Niemand kan ons ontslaan.
Niemand könnte uns rausschmeißen.
U kunt me niet ontslaan.
Sie können mich nicht entlassen.
U moet Elliot Alderson ontslaan.
Sie müssen Elliot Alderson feuern.
Ik moet twee verpleegkundigen ontslaan.
Ich muss 2 Schwestern rauswerfen.
Maar ik had nooit gedacht dat ze iemand zouden ontslaan.
Aber ich wollte nicht, dass jemand gefeuert wird.
Ga je mij ontslaan?
Du feuerst mich?
Ik kan je ontslaan.
feuern… oder Sie können kündigen.
Na vandaag, gaan ze me zo snel ontslaan.
Nach heute werden die mich sofort rausschmeißen.
Ik moet m'n moeder ontslaan.
Ich muss meine Mutter feuern.
Mr President. David vraagt zich af waarom ik Wayne wil ontslaan.
David fragt, warum er Wayne entlassen soll.- Mr. President.
En je moet de nieuwe tuinman ontslaan.
Du musst dringend den Gärtner rauswerfen.
Het bestuur zal me ontslaan voor ze dat laten gebeuren.
Der Vorstand feuert eher mich, bevor er so etwas zulässt.
Uitslagen: 2544, Tijd: 0.0688

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits