Voorbeelden van het gebruik van Weet de weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze weet de weg wel.
Je weet de weg, hé Penny? Kamer 8.
En ik weet de weg.
Aap weet de weg. Door die steeg.
Maar je weet de weg terug.
U weet de weg, marshal. Heren.
Ik weet de weg, sir.
Je weet de weg niet!
Annie weet de weg naar het meer.
Jij weet de weg.
Ik weet de weg nu.
Maar je weet de weg terug.
Ciri weet de weg.
Goed, je weet de weg.
Ik weet de weg, maar zie hem niet.
Je weet de weg hé, Stevie?
Karoo weet de weg.
Ik weet de weg vanaf hier.
Je weet de weg, Ernie.
Je weet de weg toch, naar de Bron?