Voorbeelden van het gebruik van Zelfde tijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zelfde tijd, morgen, zou ik zeggen.
Zelfde tijd volgende week, meneer Claxton? Goedendag.
Zelfde tijd morgen? Uitstekende werk.
Volgende week zelfde tijd?
Hij vliegt morgen, zelfde vlucht, zelfde tijd.
Zelfde tijd als het 'Nan-Goidin-dekbed'?
Tot morgenavond, zelfde tijd.
Morgenavond rond de zelfde tijd?
Morgen, hier, zelfde tijd.
Volgende week, zelfde tijd.
Het witte huis zelfde tijd.
Elke dag. Zelfde tijd.
Hij doet dat elke dag, zelfde tijd.
Daar. Zelfde naam, zelfde tijd, 3 verschillende dagen. Kijk.
Morgen, zelfde tijd?
Zelfde tijd als bij je opa toen.
Zelfde tijd morgen?
Zelfde tijd?
Zelfde tijd morgen?
Ze waren allebei op de zelfde tijd op die plaats, wat is daar?