Voorbeelden van het gebruik van Beschuldigen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze kunnen je niet beschuldigen, zonder daarvoor bewijzen te hebben.
Hen beschuldigen voor wat?
Als we Wendy beschuldigen maakt het niet uit.
Mijn zoon vindt het nodig zijn eigen vader te belasteren en beschuldigen.
Wil je doorgaan met beschuldigen?
Zijn Ma beschuldigen van moordpoging op zijn ex?
We kunnen 'm niet beschuldigen zonder haar erbij te betrekken.
Waar beschuldigen ze haar van?
Renard kon Nick beschuldigen van mishandeling of poging tot moord.
Maar dit kan ze beschuldigen.
En nu betaal je hem terug met lelijke beschuldigen en brutaliteit.
Uiteraard zijn deze beschuldigen absurd.
En niemand zal je beschuldigen.
De Duitse soldaten beschuldigen de kapelaan van verraad.
Z'n moeder beschuldigen van poging tot moord op z'n ex-vrouw?
Dan beschuldigen we haar.
Waar u kon beschuldigen wie u wilde. Uw lab.
Je kan me niet beschuldigen van een buidelrat aanval.
Die gaan je beschuldigen.
Je moet niet zomaar iedereen beschuldigen.