Voorbeelden van het gebruik van Beschuldigen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik had je niet moeten beschuldigen. Dat was niet aardig.
Ze beschuldigen mij eerst, en daar werd ik helemaal gek van.
Als jullie weigeren, dan beschuldigen we jullie van medeplichtigheid en hulp aan een gezochte terrorist.
Ik laat me niet beschuldigen van moord. Dat doen we niet.
De Trump team is beschuldigen verschillende landen van het manipuleren van hun valuta.
En als we haar beschuldigen en ze wordt onschuldig verklaard hebben we afgedaan.
We beschuldigen jullie van immoreel gedrag.”.
Buren beschuldigen haar van.
U wilt een rouwende beschuldigen over wat geld zonder context?
De Chinese autoriteiten beschuldigen de diplomaten van spionage.
Niet iemand beschuldigen van liegen, zonder concreet bewijs.
Anderen beschuldigen ze van een flauwe grap.
En wie kan God beschuldigen van verkeerd handelen?
Beschuldigen me dan van tijdverspilling.
Dan zou u me beschuldigen de aandacht van mezelf af te leiden.
Je kan me één keer beschuldigen, en dat pik ik.
Wie wil de uitverkorenen Gods beschuldigen?
Ik ben de degene die je hier brengt. Ze beschuldigen me en arresteren me.
Het gaat verder met zeggen: ‘Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen?'?
Ik had je nooit zo moeten beschuldigen.