Voorbeelden van het gebruik van De aanklager in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie is de aanklager?
De aanklager wil me voorbereiden.
De aanklager heeft alles in de hand.
Zelfs de aanklager had geen bezwaar. Gefeliciteerd.
Ben jij de aanklager?
Hij is de oude slang en de aanklager van onze broeders.
De federale aanklager belde haar om te getuigen.
De aanklager heeft je getuigenis nodig.
Jij bent de aanklager in deze zaak?
De aanklager van DeKalb.
De aanklager(de fiscaal van de Generaliteit) eiste de doodstraf.
De aanklager heeft alles onder controle.
Uit de Hemel” Vers 11 leert ons hoe de aanklager kan worden overwonnen.
Mijn tijd is uw tijd, meneer de aanklager.
De aanklager wil je pakken.
De aanklager wil hem als een volwassene berechten.
De aanklager had een sterke zaak.
Hij is alleen maar de aanklager in de zaak.
Meneer de aanklager. Hebt u even?