Voorbeelden van het gebruik van God weet het in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar God weet het best wat zij in zich bergen.
Mijn god weet het, jij bent onschuldig.
God weet het beste, wien hij tot zijnen zendeling zal verkiezen.
Maar God weet het best wat zij in zich bergen.
God weet het of ik heb niet op de arbeid gerekend.
God weet het en jij weet het niet.
God weet het, maar gij weet het niet.
God weet het, inderdaad. Ja.
God weet het best wat zij verbergen.
God weet het, inderdaad. Ja.
En God weet het best wat jullie beschrijven.
God weet het, ik wou dat ik het wist. .
Maar God weet het best wat zij in zich bergen.
Anton? God weet het.
God weet het, maar gij weet het niet.
Alleen God weet het, laat ze maar dansen.
God weet het, maar gij weet het niet.
Ja, God weet het.
God weet het altijd. God weet het.