Voorbeelden van het gebruik van Het gaat slecht in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het gaat slecht met de wereldeconomie.
Het gaat slecht.
Het gaat slecht.
Het gaat slecht.
Maar als het gaat slecht.
Het gaat slecht op school omdat je te intelligent bent.
MOSKOU. Het gaat slecht met Lenin. 1921.
Het gaat slecht met mama.
Het gaat slecht tussen ons.
Het gaat slecht.
Het gaat slecht, beste Andrej.
Het gaat slecht, man.
Het gaat slecht.
Het gaat slecht. We vinden hem wel.
Het gaat slecht.
Meneer, het gaat slecht daar.
Het gaat slecht.
Ja, het gaat slecht.
Het gaat slecht, Oliver.
Het gaat slecht, schiet op.
