Voorbeelden van het gebruik van Jij moest in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jij moest haar in de gaten houden.
Jij moest het zo nodig kwijt.
Jij moest hem vandaag ophalen.
Maar jij moest 't verpesten.
AT: Jij moest de verpleegster afleiden.
Jij moest bij hem wegblijven.
Weet je wat jij moest doen?
Jij moest er kapot van geweest zijn toen je het hoorde.
Jij moest in je hut blijven.
Nee, jij moest lijden.
Jij moest in je kamer blijven.
Het enige dat jij moest doen, was trouwen.
En jij moest meer in de buurt geweest zijn.
Jij moest de dwarspennen monteren.
En jij moest zonodig de stoere bink spelen,
Nee, jij moest het vragen.
Jij moest je mond houden.
Ik zei dat jij moest helpen.-Nee.
Jij moest Laurel meebrengen.
Ik waardeer je agressiviteit… maar jij moest een aankoop doen aan de deur.