Voorbeelden van het gebruik van Treuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De winkel ligt tussen de Action en Treuren en tegenover Bever Zwerfsport.
Je kunt niet de hele dag treuren.
We treuren en gaan verder met ons leven. Niets.
We treuren om haar.
Niet treuren, Drew, het is goed.
Deze rechten berusten bij Bart Treuren.
Een man van wie je houdt vernietigen en vervolgens eeuwig om hem treuren?
Niet meer treuren.
Ik loof God. Hoeveel mensen treuren over zichzelf?
Ik ben niet treuren- nog niet in ieder geval, dus.
We moeten treuren, hem begraven.
We treuren om elkaar.
De Profeten zullen treuren.
Je ligt nog steeds in bed, aan het treuren over Stefan.
Je moet daarom tijdens de onvermijdelijke vervulling van je plicht niet treuren.
Niet zo treuren.
Uw lachen worde veranderd in treuren, en uw blijdschap in bedroefdheid.
Treuren om Herrold Prowse?
Niets. We treuren en gaan verder met ons leven.
We treuren om zijn verlies.