TREUREN - vertaling in Spaans

llorar
huilen
wenen
rouwen
treuren
janken
schreeuwen
tranen
met wenen
lamentar
betreuren
spijt
klagen
betreurenswaardig
jammer
rouwen
te jammeren
geweeklaag
het betreur
afligen
treuren
teisteren
rouwen
treffen
bedroeven
tristes
triest
verdrietig
droevig
treurig
zielig
ongelukkig
jammer
somber
spijtig
ellendig
sufren
lijden
ondergaan
last hebben
last
krijgen
oplopen
ondervinden
pijn
geleden
doorstaan
luto
rouw
treuren
rouwperiode
om te rouwen
mourning
rouwtijd
rouwproces
rouwbetoon
lloros
ik huil
ik ween
huil
ik rouw
ik treur
geween
wening
gehuil
huilbui
lloran
huilen
wenen
rouwen
treuren
janken
schreeuwen
tranen
met wenen
afligir
treuren
teisteren
rouwen
treffen
bedroeven
llorando
huilen
wenen
rouwen
treuren
janken
schreeuwen
tranen
met wenen
lloramos
huilen
wenen
rouwen
treuren
janken
schreeuwen
tranen
met wenen
lamentamos
betreuren
spijt
klagen
betreurenswaardig
jammer
rouwen
te jammeren
geweeklaag
het betreur
lamentando
betreuren
spijt
klagen
betreurenswaardig
jammer
rouwen
te jammeren
geweeklaag
het betreur
afligimos
treuren
teisteren
rouwen
treffen
bedroeven
sufrir
lijden
ondergaan
last hebben
last
krijgen
oplopen
ondervinden
pijn
geleden
doorstaan

Voorbeelden van het gebruik van Treuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Mensen treuren ook om verloren omgevingskennis
Las personas también lloran por la pérdida del conocimiento ambiental
Gezegend zijn zij die treuren, want zij zullen getroost worden.
Benditos sean lo que lloran porque serán consolados.
Ik ben nooit gestopt met het treuren van onze dochter.
No he parado de sufrir por nuestra hija.
Gezegend zijn zij die treuren, want zij zullen getroost worden".
Benditos son aquellos que lloran, porque serán reconfortados.".
dat zou betekenen je me zag treuren.
significaría que me vistes sufrir.
Zalig zij die treuren; want zij zullen vertroost worden.
Bienaventurados los que lloran, porque recibirán consolación.
Ik wil niet eeuwig blijven treuren.
No quiero sufrir para siempre.
In Nabucco zijn het bannelingen die treuren om hun verloren vaderland.
En Nabucco son los exiliados los que lloran su patria perdida.
Alle Engelen in de Hemel treuren.
Los ángeles en el cielo lloran.
Niet treuren, Yazoo.
No llores, Yazoo.
Niet treuren, Loz.
No llores, Loz.
Ik ben ervan overtuigd dat allen onder ons die haar kenden, treuren om haar dood.
Estoy seguro de que todos los que la conocieron lamentan su muerte.
Ik heb te doen met alle mensen die om me treuren.
Me siento mal por toda la gente que me llora.
Niet treuren, pap.
No estés triste, papi.
Niet treuren, mevrouw Farrell.
No se entristezca, Sra. Farrell.
Hoeveel mensen treuren over zichzelf?
¿Cuanta gente se lamenta de si misma?
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Benditos sean los que se lamentan porque a ellos reconfortaré.
Treuren om zijn stomme hoed?
¿Lamentando la pérdida de su estúpido sombrero?
Gelukkig zijn degenen die treuren, want zij zullen getroost worden.+.
Felices son los que se lamentan, puesto que ellos serán consolados.+.
Gelukkig zijn degenen die treuren, want zij zullen getroost worden.+.
Felices los que se lamentan, porque serán consolados.+.
Uitslagen: 186, Tijd: 0.0883

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans