Voorbeelden van het gebruik van Treuren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mensen treuren ook om verloren omgevingskennis
Gezegend zijn zij die treuren, want zij zullen getroost worden.
Ik ben nooit gestopt met het treuren van onze dochter.
Gezegend zijn zij die treuren, want zij zullen getroost worden".
dat zou betekenen je me zag treuren.
Zalig zij die treuren; want zij zullen vertroost worden.
Ik wil niet eeuwig blijven treuren.
In Nabucco zijn het bannelingen die treuren om hun verloren vaderland.
Alle Engelen in de Hemel treuren.
Niet treuren, Yazoo.
Niet treuren, Loz.
Ik ben ervan overtuigd dat allen onder ons die haar kenden, treuren om haar dood.
Ik heb te doen met alle mensen die om me treuren.
Niet treuren, pap.
Niet treuren, mevrouw Farrell.
Hoeveel mensen treuren over zichzelf?
Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Treuren om zijn stomme hoed?
Gelukkig zijn degenen die treuren, want zij zullen getroost worden.+.
Gelukkig zijn degenen die treuren, want zij zullen getroost worden.+.