Voorbeelden van het gebruik van Afgaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
dat mocht niet afgaan.
voor de maskers afgaan.
Zij laat de bom afgaan.
Wanneer moet hij afgaan?
Je kunt niet op dit ene geval afgaan.
Die liet ik dan in flessen afgaan.
Die moesten allebei vanavond afgaan.
Het is alleen zaak, niet in de buurt te zijn, als ze afgaan.
Mooi dat die dingen afgaan boven de atmosfeer.
Alle dieren moeten hier weg voor we deze laten afgaan.
En je moet op je gevoel afgaan, op je eerste gevoel.
Een grote fout maken; afgaan.
Je kan er niet alleen op afgaan, dat is zelfmoord.
Wie zal met mij tot Saulin het leger afgaan?
De computer en telefoon laten het afgaan.
We moeten de ladingen plaatsen en op tijd laten afgaan.
Je moet niet op de naam afgaan.
En ook dat minuten later drie ooggetuigen een geweer hebben horen afgaan.
Altijd op je eerste indruk afgaan.
Die zin heeft een van Amanda's alerts doen afgaan.