Voorbeelden van het gebruik van Een god in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Buu is gewend een almachtige god te zijn in zijn eigen universum.
Een god hoedende de west afbeelding.
Hij is een god van de bossen.
We willen een God aanschrijven.
Alleen een god kan een dode weer leven inblazen.
Kijk, een god die bloedt.
Je hebt een behoorlijk God complex.
Hij heeft een God complex.
Die foto's laten zien hoe een bepaalde god de wereld ziet.
uiteindelijk ontwikkelen ze een God complex.
Ze denken dat ik een god!
In mijn land wordt een gast als een god vereerd.
Omdat je, mijn broeder, een almachtige God dient.
Alsof ik net 12 rondes met een god bokste.
Ik heb nog nooit een god geneukt.
Hoe noem je de nazaat van een mens en een god?
Dat klinkt niet als een god.
Hij waant zich een god.
Nee, u bent meer dan een koe of een god.
Schizofrenen voelen zich vaak direct verbonden met een god.