Voorbeelden van het gebruik van Het vragen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Als we de sniper vinden, kunnen we het hem vragen.
Wanneer hij zichzelf aangeeft, zal ik het hem vragen.
Ik moet het vragen.
Jaar ben ik hem om advies aan het vragen en.
Ik ga en zie mijn zus later, zo… ik kan het haar vragen.
moet ze het zelf vragen.
Als tante Golda gereanimeerd is, zal ik het haar vragen.
Ik moet het vragen.
Misschien wil ze wel dat we het vragen.
Ik weet, dat we het ondenkbare vragen.
Als je het niet aan kunt moet je het niet vragen.
Als je het moet vragen, zou ik zeggen, van nee.
Wil je het 'm vragen?
Misschien moet je het hen vragen. Kan ik niet.
Ik had het kunnen vragen maar dan had het geleken
Je moet het hen vragen.
Laten we het hem vragen.
Ik zal het hem vragen voor ik hem vermoord.
Laten we het hem vragen.