Voorbeelden van het gebruik van Verliezen in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik wil jou niet verliezen zoals m'n moeder.
Het wordt 'n gevecht. Verliezen wil ik niet.
Ze kan haar baan verliezen.
Ja, maar niet verliezen, hè?
Ik wil dit huis niet verliezen.
Ik wil deze weddenschap niet verliezen!
Ik wil je niet verliezen.
Als je wilt dat ik akkoord ga… verliezen we vermoedelijk geen geld.
Daarom ben je aan het verliezen.
Nee, dat kan niet, dan verliezen we Grace.
Wij gaan naar de finale en ik zal verliezen.
Dan verliezen we.
We verliezen contact… als je de atmosfeer invliegt.- Ik weet het.
En zo verliezen we de middelen om onszelf te voeden.
Je kan dit huis verliezen. Je kan alles verliezen. .
We verliezen hem.
Dus verliezen is een optie?
We verliezen tijd.
Verliezen is geen optie.
Zwakkelingen verliezen alles.