Voorbeelden van het gebruik van Wilde gaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij wilde gaan.
Dat wilde gaan eten.
Ik wilde gaan joggen.
Maar ik wilde gaan een keer skiën voor het verlaten van Reutte.
Eli wilde gaan, ik hoef niet per se.
Als je wilde gaan zwerven had je dat nu al gedaan.
Ik zou hebben gevraagd als je wilde gaan, maar.
In zoverre, ik wilde gaan.
En… ik vroeg me af of jij ook wilde gaan.
Ik ben degene die wilde gaan.
Je dacht vast dat ik niet wilde gaan.
Zij was degene die wilde gaan.
Los Angeles. lk denk dat ze echt wilde gaan.
het Parlement wel wilde gaan.
Zo ja, of hij even mee wilde gaan.
Je weet dat ik altijd al wilde gaan.
Nu zei Hyatt dat hij wilde gaan.
je misschien met me naar het gala wilde gaan.
Ik dacht dat je wilde gaan.
Ik dacht dat je wilde gaan.