Voorbeelden van het gebruik van Ben ik haar in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nu, ben ik haar.
En nadat ze vertrok, ben ik haar gevolgd.
Als Zoey en ik gaan trouwen, ben ik haar stiefvader.
En als ik die persoon aanneem, Ben ik haar, ja.
In een wereld, omringt door mannen, ben ik haar enige aanbidder.
Zo lang dat zij mijn petekind in zich draagt, ben ik haar peetechtgenoot.
Ook al ben ik haar lievelingsoom.
een liedje en nu ben ik haar kwijt.
Wacht nou. Voordat ik mijn dochter gezien heb, ben ik haar al kwijt.
voor mijn vrouw, ben ik haar'echtgenoot'.
Uiteraard was ik haar proefkonijn.
En vroeger was ik haar man.
Toen was ik haar kind.
Vroeger was ik haar oppas.
Toen we alleen waren, was ik haar publiek.
Voordat ik mijn eigen kerk stichtte, was ik haar biechtvader.

