Voorbeelden van het gebruik van Dat zei in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
kon hij ons vast vertellen wie dat zei.
Dat zei je vorig jaar ook.
Lenny is kunstenaar en dat zei ik al.
Ongelofelijk dat ik dat zei.
De laatste keer dat je dat zei, besprong je hem in de lift.
M'n vrouwtje werd boos op me toen ik dat zei.
Dat zei je vorige week ook.
Als ik 'n stuiver kreeg voor elke keer dat ik dat zei.
Geen idee waarom ik dat zei.
Nee, dat zei je in het voordeel van Adrian.
Ik kan niet geloven dat ik dat zei.
Laatste keer dat je dat zei, werd ik in de schouder geschoten.
Ik hoorde dat je dat zei.
De vorige keer dat je dat zei, verdween je voor drie dagen.
Ik kan niet geloven dat je dat zei.
Ik weet de eerste keer nog dat je dat zei.
Ik stierf toen je dat zei.
Ik wilde je in je gezicht slaan toen je dat zei.