Voorbeelden van het gebruik van Dwars in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Natuurlijk. Maar er zit je iets dwars.
Duidelijk… je bent een natuurtalent. Wat zit je dwars, mijn vriend?
Of misschien… zit het me alleen dwars dat het me dwars zit.
Daarmee kijken we dwars door de.
Nu weet ik wat je dwars zit?
Zit je iets dwars?
Er zit me iets dwars over gisteren?
Wat zit jou vanmorgen dwars?
Agent Desmond, er zit me nog één ding dwars. De blauwe roos.
Wat zit jou dwars vanmorgen?
Maar je oom zit je niet dwars, hè?
Jij zit me dwars.
Niets, maar het boek zit me dwars.
Zit je iets dwars?
Wat zit je nou echt dwars?
Zit je iets dwars?
Wat zit je dwars vanavond?
Je ging dwars door een muur.
Dwars door het borstbeen en doorboorde het hart.
Middelgroot kaliber, dwars door de dijbeenader.