Voorbeelden van het gebruik van Heeft jou in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En mijn nieuwe kamer, heeft jou niet.
Wacht, wie heeft jou gezonden?
Ze heeft jou.
Hij heeft jou niets aangedaan.
De sheriff heeft jou op video staan, terwijl je inbreekt bij Woody.
Ze heeft jou.
Ze heeft jou echt onder de duim.
Wie heeft jou binnen gelaten?
CoinRevolution heeft jou gedekt.
Hij heeft jou.
De wereld heeft jou en je levenswerk nodig.
Wat heeft jou geërgerd?
Niemand heeft jou een jaar lang nog gezien.
Een getuige heeft jou in haar flat gezien.
Wie heeft jou?
Hij heeft jou tot ons gebracht.
Wie heeft jou dat aangedaan?
En hij heeft jou als maatje?
Aurora heeft jou nu.
Oh. Annalise heeft jou gebeld?