Voorbeelden van het gebruik van Horen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Er is niemand in de wijde omtrek die je kan horen.
wil ik dat van hem horen.
je jezelf soms kon horen.
ik mezelf niet kan horen denken.
Big Willie wilje horen zingen.
Je kunt het beter van mij horen dan van een roddeltante.
wil ik dat van hem horen.
Ik kan niet iedereen horen.
Ik wil jullie twee horen.
Maar als ik hem kan horen.
Dat is goed, ik kan jullie amper boven mijn theremin uit horen.
Ik kon hen horen praten.
Om dezelfde reden dat we ze niet kunnen horen.
En ik kan hen horen.
We konden hen horen praten.
Ik snap niet waarom we ze niet kunnen horen.
Ze denken dat hij het misschien kan horen.
Misschien kon ik haar niet horen omdat mijn hand over haar mond zat.
Ik kan je niet horen, ben je buiten ofzo?
Sommigen van ons horen bij de groepen die worden aangevallen door Trump.