Voorbeelden van het gebruik van Jij het was in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij denkt heus wel dat jij het was.
Ik wou dat jij het was, Ben, maar dat is niet zo.
Ik ging toch kussen met mijn kussen en doen alsof jij het was.
Ze wist niet dat jij het was.
Ik hoopte dat jij het niet was.
Waarom heb je niet gezegd dat jij het was, Pelham?
Ze weet dat jij het was.
Ik wou gisteren aan de bar alleen zeker weten dat jij het was.
Ze weten niet dat jij het was.
Clark. lk wist niet dat jij het was.
ik geloof niet dat jij het was.
Ik wist niet dat jij het was.
En ik was bang dat jij het was.
Ik hoopte dat jij het was.
Ik ben nog steeds niet overtuigd dat jij het niet was Llyr!
Ik veronderstel dat jij het was… om me erin te luizen.
Ik wist dat jij het was, niet Lexie.
Jammer dat jij het was.