Voorbeelden van het gebruik van Niet weglopen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Niet weglopen. Ik wil je haar in een vlecht doen.
Kom op, man, niet weglopen.
Niet weglopen, jij.
Niet weglopen, kul?
Ik ga even bellen, niet weglopen.
Niet weglopen. Gut, hij is verlegen.
Om er nog maar over te zwijgen, dat onschuldige mensen niet weglopen.
Ik ben zo terug. Niet weglopen.
Je moet niet weglopen, Felder!
En jij zei dat onschuldige mensen niet weglopen.
Volgende keer, niet weglopen.
Rosie, niet weglopen.
Niet weglopen.
Niet weglopen, Oliver.
Niet weglopen, klootzakken.
Niet weglopen hoor?
Niet weglopen.
Als we nu niet weglopen, zijn we dood.
Niet weglopen als ik tegen je praat.
Niet weglopen!