Voorbeelden van het gebruik van Rennen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Veel mensen rennen voor hun leven.
De Indianen rennen altijd van geweren weg.
En geen van ons krijgt die kans, als je blijft rennen.
Rennen, piloot van eenheid 02!
De rennen altijd, Olive.
Nee, je gaat rennen.
Losmaken. En rennen.
En nu kan ik alleen maar blijven rennen.
Honderden Duitse soldaten rennen weg.
En ik ging ervandoor, en ben blijven rennen.
Wacht tot ze me achtervolgen… zet het dan op een rennen.
Als jullie willen blijven rennen, mij best.
Ik kan niet blijven rennen.
Zie die kinderen rennen.
Dus, ja, ik blijf rennen totdat ik dat voel.
We moeten blijven rennen.
We kunnen niet blijven rennen.
Niet rennen in huis.
Paarden die rennen en kanonnen die vuren!
Niet zo rennen, Thea!