Voorbeelden van het gebruik van Spijtig in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Spijtig, man, maar dat is wat er gebeurd.
Spijtig als ik word ontslagen.
Helena:"Spijtig, jij was mijn eerste keuze.".
Bagley: Het is een beetje spijtig.
Spijtig dat ik jullie niet kan helpen.
Spijtig voor jou, want je straf is een avond zonder mij.
Spijtig, Ze mistte haar laatste afspraak voor botox door een scheepsongeval.
Spijtig dat Vern moest sterven.
Spijtig dat je eten niet op is,
Het is spijtig dat T'Pol ziek is.
Spijtig dat hij vertrekt, niet?
Spijtig genoeg is Shé een mythe.
Het is spijtig maar zo werkt het niet in het leven.
Spijtig Annie maar je leven gaat veranderen.
Dat is spijtig, maar zo is het leven aan de baai nu eenmaal.
Spijtig, Michael is er niet.
Spijtig van je baas.
Spijtig dat je niet in je microscopische wereld kan leven.
Spijtig, kerel. Wat dacht je van een groot glas bier?
Spijtig, maar Mr. Brandon is er niet meer.