Voorbeelden van het gebruik van Volhouden in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Volhouden, volharden in gebed.
Ja, tenzij de versterkingen spoedig komen zie ik niet hoe wij het langer kunnen volhouden.
Toen kon ik 't niet langer volhouden.
Maar ik wist dat ik moest volhouden tot je was geweest.
Hoe lang dacht je dat je dit kon volhouden?
Maar je wist toch dat je het niet kon volhouden?
Moet volhouden duivels bedrijf te bevechten.
Volhouden, papa.
Alsjeblieft, ik weet niet hoe lang ik dit kan volhouden.
We moeten volhouden.
Maar wat ik weet is, ik kan dit niet nog één dag volhouden.
Hoelang kan een persoon het in het water volhouden?
Wat je nu moet doen is volhouden, kan je dat?
En ik respecteer dat maar hoe lang kun je dit volhouden?
het niet zouden volhouden.
Volhouden, Generaal.
Volhouden, Pete.
Wil je het dan nog altijd niet volhouden?".
We kunnen het nog wel even volhouden, als het moet.
We konden volhouden.