Voorbeelden van het gebruik van We waren getrouwd in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Uhm, we waren getrouwd.
Ja, we waren getrouwd.
We waren getrouwd.
We waren getrouwd. We kregen een zoon.
We waren getrouwd in haar huis.
We waren al getrouwd zodra ik in die boot stapte.
We waren kort getrouwd, weet je.
We waren niet getrouwd in een kerk.
Naar Tallahassee, we waren net getrouwd.
Natuurlijk, we waren getrouwd.
We waren getrouwd.
We waren al getrouwd.
We waren getrouwd.
We waren bijna getrouwd.
We waren haast getrouwd.
We waren niet getrouwd en ik ben dominee.
We waren bijna getrouwd.
We waren niet getrouwd.
Maar hij sneuvelde, mijn vriend-student. En we waren niet getrouwd.
Je vertrok meteen toen we waren getrouwd.