LO DECÍA - vertaling in Nederlands

zei het
decir que
afirman que
hij
se
le
het stond
estar
reposar
estar de pie
estar parado
permitiendo
que permanezca
zegt het
decir que
afirman que
ik doelde
vertelde
decir
contar
hablar
informar
indicar
explicar
decírselo
decirnos
narran

Voorbeelden van het gebruik van Lo decía in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
El libro lo decía.
Het boek zei het.
Lo decía por la parte de lava,
Ik bedoel het lava gedeelte,
Cada músculo de su cuerpo lo decía.
Elke vezel in zijn lijf zegt het.
No lo decía por mí. Lo decía.
Ik dacht niet aan mij, ik bedoel.
Ya lo decía Sartre.
Sartre zei het al.
Einstein lo decía a menudo.
Einstein zei het vaak zo.
Goethe lo decía de otro modo.
Goethe zei het enigszins anders.
Ya lo decía Yoda.
Yoda zei het al.
Cuando ella lo decía, nos reíamos.
Ze zei het en we lachten dan.
Ya lo decía Churchill.
Churchill zei het al.
¡su rostro lo decía todo!
Zijn gezicht zei het allemaal!
La sonrisa de Netanyahu lo decía todo.
Netanyahu's grijns zei het allemaal.
Daniels ya lo decía.
Daniël zei het al.
Ya lo decía Voltaire, cada uno debe cuidar de su jardín.
Voltaire zei het al: Je moet je tuin onderhouden.
Perdona, Catarella, no lo decía por ti.
Sorry, dat bedoelde ik niet zo.
Si él lo decía, tenía que ser verdad.
Als hij het zei, moest het wel waar zijn.
Pero él lo decía igual.
Maar ze bleef het zeggen.
Aunque lo decía de otra manera.
Hoewel m'n vader het anders zei.
Y tal y como Hoyt lo decía, fue amor a primera vista.
En zoals Hoyt het zei, het was liefde op het eerste gezicht.
Ya lo decía Steve Jobs,"nuestro tiempo es limitado".
Of zoals Steve Jobs het zei: “Je tijd is beperkt.
Uitslagen: 174, Tijd: 0.0591

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands