MOVÍA - vertaling in Nederlands

bewoog
mover
movimiento
ejercicio
desplazar
mudanza
móvil
verplaatste
mover
desplazar
trasladar
movimiento
pasar
transferir
cambiar
mudar
transportar
desplazamiento
verhuisde
mudar
mover
pasar
trasladar
mudanza
reubicar
desplazar
mudarnos
voortbewoog
movía
desplazando
ging
ir
pasar
salir
entrar
continuar
marchar
seguir
empezar a
adelante
volver
beweegt
mover
movimiento
ejercicio
desplazar
mudanza
móvil
bewegen
mover
movimiento
ejercicio
desplazar
mudanza
móvil
verplaatst
mover
desplazar
trasladar
movimiento
pasar
transferir
cambiar
mudar
transportar
desplazamiento
bewogen
mover
movimiento
ejercicio
desplazar
mudanza
móvil
verplaatsen
mover
desplazar
trasladar
movimiento
pasar
transferir
cambiar
mudar
transportar
desplazamiento
verhuisd
mudar
mover
pasar
trasladar
mudanza
reubicar
desplazar
mudarnos

Voorbeelden van het gebruik van Movía in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Y nunca me movía.
En ik beweeg nooit.
¿Se movía con facilidad, como un atleta?
Bewoog hij gemakkelijk, zoals atleten?
Pensé que me movía bastante bien.
Ik dacht dat ik nog aardig bewoog.
Mis ataduras se aflojaron cuando él me movía.
Het touw gleed weg, toen hij me verplaatste.
Se movía entre Knight y yo.
Hij kwam tussen mij en Knight gereden.
Como la mayoría de la gente, me movía por Pekín en bicicleta.
Net als de meeste mensen reed ik in Peking rond op een fiets.
Pero se movía raro.
Maar hij bewoog zich vreemd.
Pero se movía lento… con el peso de la mochila
Hij bewoog zich langzaam, door de zware rugzak.
Al cortar madera, movía las piernas.
Tijdens het houthakken bewoog ik m'n benen.
Aparentemente se movía en formas parecidas a la moderna descripción de OVNIS.
Het bewoog zich op dezelfde manier als waarop nu die van UFO's beschreven worden.
Me dijo que si me movía la bomba estallaría.
Hij zei dat als ik me bewoog, de bom zal afgaan.
Sí, pero movía el violín en vez del arco.
Ja, maar toen bewoog ik de viool in plaats van de strijkstok.
Se movía, hombre.
Hij bewoog zich, man.
Se movía por las calles libremente.
Hij kwam vrijuit op straat.
La chica movía la pierna antes de la anestesia.
Ze bewoog haar been voordat we haar onder narcose brachten.
Se movía rápidamente de una tarea
Hij werd snel bewegende van taak naar taak
Se movía como un animal.
Het bewoog zich als een dier.
Siempre movía su pierna cuando no tenía nada.
Hij trilde altijd met zijn been, als hij niks had.
Se movía como un gato.
Het bewoog zich als 'n kat.
Movía los pies mecánicamente.
Hij verplaatste mechanisch zijn voeten.
Uitslagen: 323, Tijd: 0.105

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands