TEMÍA QUE - vertaling in Nederlands

vreesde dat
temer que
preocupa que
tiene miedo de que
el temor de que
preocupación es que
creen que
ik dacht dat
pensar que
yo creemos que
vreesden dat
temer que
preocupa que
tiene miedo de que
el temor de que
preocupación es que
creen que
een vermoeden dat
la sospecha de que
sospecha que
la sensación de que
una conjetura que
el presentimiento de que
una corazonada de que
temía que
una presunción que
schrik dat
miedo de que
horror que
temía que
was bevreesd dat

Voorbeelden van het gebruik van Temía que in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Temía que se disparara.
Ik had schrik dat het zou afgaan.
También temía que su esposa no volviera a enamorarse de él.
Hij was ook bang dat zijn vrouw niet meer verliefd op hem zou worden.
Le dijo que temía que el Sr. Ferrion matara denuevo?
Zei dat ze bang was dat Mr Ferrion weer zou moorden?
Tampoco me daba porquerías porque temía que engordara.
Ik mocht me niet volvreten, ze was bang dat ik dik zou worden.
Llamé porque temía que algo le hubiera pasado a Symchay.
Ik heb gebeld omdat ik vreesde dat er iets gebeurd was met Symchay.
Tal vez no pudiera por teléfono porque temía que le hicieran algo así.
Ze kon me niet bellen omdat ze bang was dat ze dit zouden doen.
Se acabó. La corporación temía que destruyera toda la propiedad intelectual.
Ze waren bang dat hij bij z'n vertrek alles zou vernietigen.
Aunque tal vez, temía que las autoridades lo consideraran cómplice.
Misschien, was je eerder bang dat de autoriteiten je als een medeplichtige aanzien.
Temía que la abuela se muriera, por eso vino.
Ze was bang dat oma dood zou gaan, vandaar.
Porque temía que le echaras- una reprimenda por actuar indebidamente.
Omdat hij bang was dat je hem zou berispen voor verkeerd handelen.
A veces temía que no sucediera.
Soms vreesde ik dat het niet gebeurd was.
Temía que dijeras eso.
Ik vreesde dat je dat zou zeggen.
Le dije a mi familia que temía que alguien las usara contra mí.
Ik zei dat ik bang was dat iemand het als een wapen zou gebruiken.
Moisés temía que los del pueblo de Israel no le aceptasen.
Mozes is bang dat de Israëlieten hem niet zullen geloven.
Temía que la bestia saliera de algún rincón.
Ze vreesde dat het beest zich in de schaduwen verborg.
Temía que estos desarrollos pudieran salirse de control.
Ze vreesde dat deze ontwikkelingen uit de hand zouden kunnen lopen.
Temía que se las robaran.
Ze was bang dat ze gestolen werden.
¿Temía que el teléfono estuviera pinchado?
Was ze bang dat ze werd afgeluisterd?
¿Temía que esta vez estuviera demasiado obstinado?
Bang dat ik dit keer een beetje te koppig zou worden?
Quizá temía que estaba bajo sospecha.
Misschien was hij bang dat hij verdacht was.
Uitslagen: 807, Tijd: 0.0817

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands