Voorbeelden van het gebruik van Altijd maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Altijd maar afgeleid door parochianen
Vertrekken? En altijd maar weglopen van mijn vader?
Precies. Altijd maar schrammen en blauwe plekken.
Lk ben altijd maar moe.
Ze wilde altijd maar één ding.
Je kijkt altijd maar naar het nieuws!
Je zit altijd maar hè?
Altijd maar zoenen.
Kerels, altijd maar drinken.
Welk nut heeft een landhuis als je altijd maar hier bent?
Altijd maar doen wat zij wil.
Ze zijn net een roedel wilde honden, altijd maar lawaai maken.
Altijd maar die sitcoms.
dus ik ben altijd maar op weg.
Je zit altijd maar, niet?
Ik ben het zat dat iedereen me altijd maar wil helpen.
Ik begin te begrijpen waarom jullie meiden altijd maar ontslag nemen.
Weg, Ze staan er altijd maar kort.
Thad, je kunt niet altijd maar om hulp roepen.
Meisjes. Meisjes. Altijd maar meisjes!
