Voorbeelden van het gebruik van Ben maar in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben maar een soldaat.
Ik ben maar 'n paar honderd keer gestoken.
Ik ben maar een simpele soldaat.
Ik ben maar een boodschapper.
Ik ben maar 150.
Sorry dat ik zo formeel ben maar begrafenissen zijn zo moeilijk.
Ik ben maar een kind.
En ik ben maar een mens.
Ik ben maar een smid.
Ik ben maar een nachtbraker.
Ik ben maar half zo slim
Ik ben maar één keer gearresteerd.
Ik ben maar 10 jaar oud.
Ik ben maar een deelgenoot hier.
Ik weet niet meer wie ik ben maar dat moet hem zijn. .
Ik ben maar een meisje.
Ik ben maar een trainer.
Ik ben maar een stagiair.
En ik ben maar een slak.
Ik ben maar niveau drie, genie.