Voorbeelden van het gebruik van Ging voor in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ging voor maanden weg zijn.
Mijn vader ging voor een ECG en eindigde met een drievoudige bypass.
Ik ging voor de Harvest Coalition werken.
Hij ging voor me staan.
Ik ging voor'Berkshire'.
Hij ging voor ons werken.
Maar je ging voor de rechter.
Ik ging voor jou weg.
Een wolk ging voor de maan.
Ik ging voor de nieuwste en laatste Corvette met voormotor.
Het nummer ging voor mij vooral over baby-sitten.
Het alarm ging voor we konden praten.
Je ging voor mij de gevangenis in.
Ik ging voor mijn lessen langs.
Hij ging voor niets naar de koksschool.
Hij ging voor z'n zuster's Bat Mitzvah.
Hij ging me voor.
Niets ging voor ons beide, zoals we dachten
Het ging voor iemand dat ze al kenden.
Zij ging voor haar PHD.