Voorbeelden van het gebruik van Hij hoeft in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij hoeft niet te sterven.
Hij hoeft het niet te weten.
Hij hoeft er slechts één te breken.
Hij hoeft niet blij te zijn, alleen mee te werken.
Hij hoeft niet te weten dat ik kan strijken.
Papa, hij hoeft geen fooi.
Zoals ik al zei, hij hoeft zich geen zorgen te maken.
Hij hoeft maar drie bommen te noemen.
Hij hoeft het alleen maar toe te geven.
Hij hoeft mijn beha niet te zien. -Waarom niet?
Maar hij hoeft niet te lijden.
Hij hoeft niet te eten.
Hij hoeft niet aan de apparatuur.
Hij hoeft alleen papieren te tekenen.
Zie je? Hij hoeft niet naar school?
Hij hoeft alleen te zeggen
Hij hoeft niet nog meer kinderen bang te maken.
Hij hoeft zich niet te verbergen.
Nee, hij hoeft niet terug te bellen.
Hij hoeft niet te bellen.- Sarah.