MORGEN WEG - vertaling in Duits

morgen weg
vertrekt morgen
morgen op reis
morgen abreisen
morgen vertrekken
morgen weg
morgen fort
morgen weg
morgen verder
morgen los
morgen weg
morgen vertrekken
morgen fahren
morgen gaan
morgen vertrekken
morgen weg
morgen rijden
morgen stappen
morgen gehen
morgen gaan
morgen vertrekken
morgen weg
morgen naar huis
morgen weggaan
morgen verschwinde
morgen hier raus
hier morgen weg
morgen wieder
morgen weer
morgen terug
morgen terugkomen
morgen opnieuw
morgenochtend terug
morgen nog
morgen wel
morgenavond weer
morgen verder
morgenvroeg terug
morgen verlassen
morgen verlaten
morgen weg

Voorbeelden van het gebruik van Morgen weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ik beloof dat ik morgen weg ben.
Ich verspreche, dass ich morgen verschwinde.
Trouwens, hij gaat morgen weg.
Und er fährt morgen wieder.
Ik ben hier morgen weg.
Ich fliege morgen weg.
halen we de bak morgen weg.
kriegen wir den Container morgen hier raus.
Ik ga morgen weg.
Ich werde die Stadt morgen verlassen.
En ze moeten morgen weg zijn.
Sie müssen beide morgen weg sein.
Ik ga morgen weg.
Ich gehe morgen wieder.
Ik ben morgen weg.
Ich fahre morgen weiter.
Hé, ik ben morgen weg.
Hey, ich bin dann morgen weg.
Dan hoef je niet morgen weg.
Dann müssten Sie das Land nicht schon morgen verlassen.
Hij blijft zeker tot morgen weg.
Er ist mindestens bis morgen weg.
We gaan morgen weg.
Und wir fahren morgen weiter.
Ik wil datje morgen weg bent.
Ich will, dass du morgen weg bist.
Hier vandaag, morgen weg.
Heute noch da, morgen weg.
Hier vandaag… morgen weg.
Heute hier… Und morgen weg!
Je bent morgen weg, of dat dossier ligt bij Allysons vader.
Morgen verschwindest du, oder ich schalte Allysons Vater ein.
Godzijdank ga ik morgen weg.
Ich danke dem Herrn, dass ich morgen abreise.
Je gaat morgen weg, toch?
Du reist morgen ab, oder?
Ik ga morgen weg. Ik loop de stad in.
Ich gehe morgen raus, ich werde in die Stadt gehen.
Als hij morgen weg wil. Zijn wij aan zet.
Wenn er morgen früh losfahren will, sind wir am Zug.
Uitslagen: 97, Tijd: 0.07

Morgen weg in verschillende talen

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits