Voorbeelden van het gebruik van Morgen weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik beloof dat ik morgen weg ben.
Trouwens, hij gaat morgen weg.
Ik ben hier morgen weg.
halen we de bak morgen weg.
Ik ga morgen weg.
En ze moeten morgen weg zijn.
Ik ga morgen weg.
Ik ben morgen weg.
Hé, ik ben morgen weg.
Dan hoef je niet morgen weg.
Hij blijft zeker tot morgen weg.
We gaan morgen weg.
Ik wil datje morgen weg bent.
Hier vandaag, morgen weg.
Hier vandaag… morgen weg.
Je bent morgen weg, of dat dossier ligt bij Allysons vader.
Godzijdank ga ik morgen weg.
Je gaat morgen weg, toch?
Ik ga morgen weg. Ik loop de stad in.
Als hij morgen weg wil. Zijn wij aan zet.