WEER WEG - vertaling in Duits

wieder weg
weer weg
alweer weg
weer verdwenen
weer kwijt
terug weg
weer vertrokken
weer vluchten
weer weglopen
nu weg
weer weggegaan
wieder raus
weer uit
terug naar buiten
meer uit
wel uit
meer weg
meer naar buiten
meer buiten
meer vrij
ooit uit
wieder gehen
weer lopen
weer gaan
weer weg
weer weggaan
terug gaan
weer vertrekken
opnieuw gaan
wel gaan
nu gaan
weer doen
wieder verschwinden
weer verdwijnen
weer weg
weer weggaan
weer vertrekken
wieder los
weer weg
weer los
weer begonnen
weer gaan
gebeurt weer
weer aan de hand
weer verder
weer bezig
weer kwijt
begint opnieuw
schon wieder weg
weer weg
alweer weg
alweer vertrokken
weer verdwenen
nu al weer weg
alweer de hort op
noch mal weg
weer weg
even weg
wieder abhauen
weer weg
weer oprotten
weer vluchten
weer weglopen
wieder unterwegs
weer onderweg
weer op weg
weer op pad
weer in beweging
schon weg
al weg
net weg
al vertrokken
al verdwenen
nu weg
allang weg
alweer weg
gaan al
wel weg
al naar huis
wieder weggehen
wieder ausziehen

Voorbeelden van het gebruik van Weer weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Is ze weer weg?- Nee?
Nein, ist sie schon wieder weg?
Gaat ze weer weg?
Wird sie wieder gehen?
Morgenavond om 18.00 zijn we weer weg.
Morgen um 18:00 Uhr seid ihr uns wieder los.
Hij gaat weer weg.
Er fährt wieder raus.
zodat we snel weer weg kunnen.
lass uns schnell wieder verschwinden.
dan ben ik weer weg.
dann bin ich wieder weg.
Sla ik 'm weer weg. En als ik er ben.
Schlag ich ihn einfach wieder weg. Und wenn ich nah dran bin.
Ga je weer weg?
Gehst du noch mal weg,?
Maar ik ben over drie dagen weer weg.
In drei Tagen sind Sie mich aber wieder los.
Ik moet weer weg.
Ich muss jetzt wieder gehen.
Wacht, mijn geluid is weer weg.
Wartet einen Moment, mein Ton ist schon wieder weg.
ga je weer weg?
wirst du wieder verschwinden?
We willen haar bang maken en snel weer weg zijn.
Wir machen ihr Angst, gehen rein und wieder raus.
We zijn hier snel weer weg.
Wir sind hier bald wieder weg.
Nee, want dan loop je weer weg.
Mit einem anderen Paar wirst du wieder abhauen! Nein!
Is Denny weer weg?
Ist Denny wieder unterwegs?
Ga ik weer weg.
Ich kann auch wieder gehen.
Ik moet weer weg.
Ich muss gleich wieder los.
Onmiddelijk. Ga je weer weg?
Sofort. Musst du schon wieder weg?
Ik? Ik ben… Het is weer weg!
Ich bin… Oh, es ist wieder weg.- Ich?
Uitslagen: 561, Tijd: 0.0739

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits