Voorbeelden van het gebruik van Weer weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
gaan we weer weg.
Anders loop je weer weg.
Hij is weer weg.
Toen was hij weer weg.
Mr Puddles is weer weg.
Ik moet weer weg?
Vanaf het moment dat je denkt dat je niet gerespecteerd wordt ben je weer weg.
En ga meteen weer weg.
Wie anders?' En hij moonwalkte weer weg.
Ik dacht dat je weer weg gelopen was.
Hmm, hij is weer weg.
Hij vroeg naar de cijfers en stuurde me weer weg.
Maar jou pappa moet weer weg.
Dokter Petridis is weer weg.
Hmm, hij is weer weg.
Ga je weer weg zonder gedag te zeggen?
Hij vangt dingen op uit de ruimte… en gooit ze weer weg.
Beloof me dat je niet weer weg gaat.
En hij rent weer weg.
Maar dan ben jij weer weg.