Voorbeelden van het gebruik van Ontken het in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ontken het niet.
Ontken het maar.
Nee… Ontken het maar niet!
Ontken het niet. Ik heb het gezien.
Ontken het niet, ik weet het zeker.
Ontken het niet, Mike.
Maar ontken het dan niet.
Nee… Ontken het maar niet!
Peter, ontken het niet!
Wat?- Ontken het niet, vader!
Ontken het niet. Ik heb haar gezien.
Ik ontken het niet, maar laat me het alstublieft uitleggen.
Je zag ze gisteren, ontken het niet.
Dat doe ik niet. Ontken het niet.
Je liegt en ontken het niet.
Niet dat ik de boeken had, maar dat ik iets deed.- Ik ontken het.
Ik word beschuldigd van die misdaad, maar ik ontken het.
Ontken het maar niet.
Ontken het maar niet.